West-Vlaamse Duikers

Hoe het allemaal begon

De menselijke nieuwsgierigheid heeft ervoor gezorgd, dat in de loop van de geschiedenis vrijwel het gehele vaste land van onze planeet is verkend. Er is maar één grens die de mens tot voor kort niet kon overschrijden. Deze grens is de scheiding tussen het vaste land en de diepte van de zee en oceaan. De oppervlakte van de aarde bestaat uit 71% water. Gemiddeld is dit water 4.000 meter diep. In dit enorme reservoir is de levensruimte 300 maal groter dan op het vaste land. De natuur heeft deze ruimte bijzonder goed benut. Wij vinden er een onvoorstelbaar aantal soorten planten en dieren.

Romeinse Rijk

In het grijze verleden heeft men al pogingen gedaan om de wereld onderwater te bekijken. Homerus heeft in zijn "Ilias" reeds als eerste dit onderwerp aangestipt. De Grieken en Romeinen hebben in hun literatuur vrij veel over duiken geschreven. In het begin van de vijfde eeuw voor Chr., tijdens de Atheense aanval op de stad Syracuse, zijn zeer primitief uitgeruste kikvorsmannen voor het eerst opgetreden. De onderwater barricade, die de haven van Syracuse afsloot, werd door de kikvorsmannen kapot gezaagd en daardoor konden Romeinse schepen ongehinderd de haven invaren. Dit was dus het eerste militaire onderwaterwerk. Na de ineenstorting van het Romeinse Rijk raakte duiken in het vergeetboek, om in de 17e eeuw hier en daar opnieuw te worden geïntroduceerd. In de daarop volgende 200 jaar werden vrijwel geen vorderingen gemaakt.

Luchttoevoer vanaf oppervlakte

In 1819 echter vindt de Duitser Siebe de open helm uit. Deze helm bestaat uit een koperen klok, die tot de schouders van de duiker reikt. Door middel van een luchtslang wordt vanaf de oppervlakte de lucht in de Klok gepompt en de overdruk zorgt ervoor, dat er geen water in de klok komt. Aangepaste versies hiervan worden ook nu nog wel gebruikt. In 1834 wordt deze uitvinding door Siebe verbeterd en er ontstaat een gesloten helm met waterdicht pak. Hieruit is in de loop der jaren de nu algemeen gebruikte duikersuitrusting gegroeid, die wordt gebruikt met luchttoevoer vanaf de oppervlakte

Onafhankelijke duikapparaten

De voorloper van de huidige onafhankelijke duikapparaten werd uitgevonden door een officier van de Franse Marine, Denayrouze en een mijnbouwkundig ingenieur, Rouquayrol. Door middel van een metalen cilinder, die op druk was gebracht, konden zij zich enige tijd vrij onder water bewegen. In 1911 werd de volgende grote ontwikkeling gerealiseerd door R.H. Davis. Hij vond het zogenaamde gesloten circuit-duikapparaat uit, dat oorspronkelijk bestemd was om te worden gebruikt bij het ontsnappen uit gezonken onderzeeboten. Dit apparaat bestaat uit een cilinder met gecomprimeerde zuurstof en een rubber zak met zuivere caustic soda (natrium hydroxide).De door de duiker uitgeademde lucht wordt door de caustic soda gezuiverd en kan weer opnieuw worden ingeademd. Het grote nadeel van dit apparaat is, dat men nooit dieper mag duiken dan 12 meter. Het inademen van zuivere zuurstof op grotere diepte dan 12 meter is namelijk levensgevaarlijk. Het kan leiden tot plotselinge bewusteloosheid. In sportkringen wordt dit apparaat tegenwoordig dan ook helemaal niet meer gebruikt en de Nederlandse Onderwatersport Bond heeft het gebruik van dit apparaat zelfs verboden.

Perslucht cilinders

In 1934 verbeterde de Fransman Le Prieur de bestaande uitrusting voor vrij duiken. Hij was de ontwerper van een apparaat, waarmee hij op wisselende diepten de toevoer van de lucht uit de perslucht cilinders kon regelen. In 1944 werd door Cousteau de aqualong (ademautomaat) uitgevonden. Het was in feite een verbetering van het principe van Le Prieur. De apparatuur bleef ongeveer gelijk, maar hij zorgde ervoor, dat het apparaat automatisch ging werken. Door de uitvinding van deze ademautomaat werd de grondslag gelegd voor het nu zo populaire duiken.

 

 

Copyright © 2014. All Rights Reserved.